|

Ulbo Faber
Motie Kant weerspiegelt gebrek aan kennis in Kamer Er ging een gejuich op, alsof het Nederlands elftal zojuist het beslissende doelpunt had gescoord in de finale op het WK. Maar wat de opwinding veroorzaakte, was de instemming van de Tweede Kamer met de Motie Kant. De (voorlopig?) laatste bijdrage van de voormalige SP-leider Agnes Kant aan de Nederlandse politiek plaatst WMO-aanbestedingen buiten de aanbestedingsplicht. Gemeenten mogen kiezen om de WMO-diensten aan te besteden of via subsidies weg te zetten. Curieus, want het is zeker dat deze motie onuitvoerbaar is, op grond van de Europese Richtlijn. Minister Klink kent de opvatting van de Europese Commissie op dit punt al lang, maar de Kamer moet er blijkbaar nog achter komen. Dat de SP tegen aanbestedingen is gekant is algemeen bekend. Maar dat de Tweede Kamer de motie als een overwinning viert, verraadt een schrijnend gebrek aan kennis over aanbestedingen. Want aanbestedingen zijn niets meer of minder dan een instrument. Net als subsidiering dat is. Waar het om gaat is een gemeente in beide gevallen vooraf moet bedenken wat men wil bereiken, wat men belangrijk vindt dat er wordt geleverd. En het antwoord op die vraag komt niet vanzelf bovendrijven bij een subsidieregeling. Van korte duur De feestvreugde valt alleen te begrijpen, als je denkt dat een aanbesteding altijd moet leiden tot een race om de laagste prijs. Dan worden inderdaad de WMO-diensten – veelal schoonmaak – tot op het bot uitgekleed. En krijg je vervolgens ontevreden klanten en geruzie over de geleverde kwaliteit in de media. Daar zit niemand op te wachten. Maar daar ben je niet vanaf door de diensten via subsidies weg te zetten bij ‘vertrouwde organisaties’. Ook dan zul je als opdrachtgever nauwkeurig moeten beschrijven wat je verstaat onder de kwaliteit van de te leveren diensten. En dat laten veel gemeenten achterwege. Uit gemak, om te bezuinigen, uit onkunde of onwetendheid. Het is nu eenmaal gemakkelijk om getallen met elkaar te vergelijken. De materiekennis ontbreekt, of wordt onvoldoende ingebracht in het inkoopproces. De politiek zou er dan ook beter aan doen te investeren in betere procedures om kwaliteit meetbaar en vergelijkbaar te maken. Bijvoorbeeld via past performance, de kwaliteit die partijen in het verleden hebben geleverd. In plaats van een motie aan te nemen die in flagrante tegenspraak is met de eigen regels. De aanstaande behandeling van de Aanbestedingswet biedt een prima gelegenheid voor een snelle begrafenis van deze ‘pikanterie’. Ulbo Faber, aanbestedingsjurist en directeur van Multum Interest BV. |
Onzin Geschreven door Tim Robbe on 2010-07-09 13:52:28 Deze bijdrage is wel erg kort door de bocht. Bovendien kijkt de auteur met een veel te juridisch-economische bril naar de materie. En maakt hij enkele flagrant onjuiste of onware opmerkingen in zijn betoog. Ten eerste kent Minister Klink dan wel de opvatting van de Europese Commissie. Maar die opvatting is net zoveel waard als de opdvatting van de SP. Alleen het Hof van Justitie EG bepaalt welke opvatting uiteindelijk de juiste is. De COmmissie is geen rechter. Dat Klink de opvatting van de COmmissie zo aangrijpt heeft meer te maken met het feit dat deze aansluit bij zijn eigen opvattingen. Dan is het volledig onjuist te stellen dat hulp bij het huishouden schoonmaak is. Die argumenten ga ik hier niet meer herhalen aangezien ik ze in den treuere al op andere fora heb aangehaald. Ik vind het vreemd ddat de auteur van deze nog geen kennis heeft genomen, maar wel deze column schrijft. Gebrek aan inhoudelijke kenns over de Wmo misschien? Hoe zit het trouwens met de derde weg die iedereenweer lijkt te vergeten. Waarom zouden gemeenten niet gewoon kunnen onderhandelen met partijen naar keuze? Als aanbesteden dan toch maar een instrument is, doe het dan in de ban als het niet werkt. Inkooptechnisch gezien is hulp bij het huishouden een strategisch product voor gemeenten. Bestuurders en beleidsmedeweekers weten al lang wat inkopers dan ook weten: het is beter langdurige partnerschappen aan te gaan dan aan te besteden (tenderen). Mr. Faber spreekt voor zijn beurt, doet daarnaast een uitspraak van onze politiek/wetgever in de ban (democratisch zeer onverantwoord) en verheft aanbesteden weer tot een doel "omdat het van Brussel moet". Weinig kennis van zaken, jammer dat te zien bij een aanbestedingsjurist. | |