174x bekeken

Een inschrijver toont zes jaar (!?) na de aanbesteding aan, dat er niet aan nummer een gegund had mogen worden omdat deze de beoogde onderaannemer niet in het UEA vermeld had. De rechter vindt nu dat nummer twee recht heeft op een schadevergoeding.

Er zijn een aantal opmerkelijke zaken aan de orde:

  1. De rechter vindt dat Grossmann niet van toepassing is, omdat er een schadevergoeding gevorderd wordt ipv een andere gunningsbeslissing: “Vooropgesteld wordt dat in deze zaak niet de zogenoemde Grossmann-doctrine van toepassing is, die het bijzondere belang van rechtszekerheid beschermt als een ondernemer een gunningsbeslissing aanvecht en een andersluidende gunningsbeslissing probeert te bewerkstelligen. [eiseres] vordert schadevergoeding, zodat dit bijzondere belang van rechtszekerheid niet speelt.”
  2. Eiseres is als tweede geëindigd. Als nummer een uitgesloten was geworden zou eiseres als eerste geëindigd zijn. Meestal wordt in dit soort gevallen gezegd dat de aanbestedende dienst altijd kan besluiten om gewoon niet te gunnen. Dat gaat hier echter niet op volgens de rechter: “Anders dan Gemeente Utrecht vindt de rechtbank het onvoldoende aannemelijk dat Gemeente Utrecht de aanbesteding op deze grond zou hebben ingetrokken en zou hebben afgezien van deze concessieopdracht. Het immers onaannemelijk dat Gemeente Utrecht géén afdracht zou verkiezen boven een afdracht van € 562.500 door [eiseres].”

Die redenering klopt natuurlijk niet, want door de opdracht in te trekken en opnieuw aan te besteden genereer je wel degelijk weer een vergelijkbare afdracht.

Al met al een uitspraak die er wel eens tot kan leiden dat inschrijvers nog eens in hun oude aanbestedingsdossiers gaan grasduinen, om te kijken of er niet hier en daar aan een, naar achteraf blijkt, ongeldige inschrijver is gegund.

ECLI:NL:RBMNE:2020:3919

Theo Van Der Linden

Theo van der Linden

owner at vdlc publishers/consultants

Zie ook: www.aanbesteding.nl