686x bekeken

Voor het sluiten van concessieovereenkomsten voor het plaatsen en exploiteren van snelladers voor elektrische auto’s publiceerde Gemeente Utrecht (hierna: de gemeente) eind 2020 een aanbesteding. Zeven van de percelen werden aan Partij X gegund en de overige twaalf percelen aan Partij Y. Laatstgenoemde partij was het niet eens met gunning van de overige percelen aan Partij X, omdat de laadpalen van deze partij niet aan de uitvoeringseisen zouden voldoen. De door Partij X in te zetten laadpalen zouden namelijk groter zijn dan wat in het bestek werd voorgeschreven door de gemeente. Dat had ertoe moeten leiden tot ongegrondverklaring van de aanbieding van Partij X. Deze partij zou immers niet haar verplichtingen jegens de gemeente kunnen nakomen zonder wezenlijke wijziging van de opdracht.

Uitvoeringseisen

Vooruitlopend op het verificatiegesprek is Partij X bevraagd over het kunnen voldoen aan de gestelde uitvoeringseisen. Bij dit gesprek heeft Partij X te kennen gegeven laadpalen te willen gebruiken die voldoen aan de eisen. Hierbij is aan Partij Y door de gemeente aangegeven dat reeds bij inschrijving nog niet aan de uitvoeringseisen hoefde te worden voldaan.

De rechter stelde voorop dat pas bij uitvoering van de opdracht hoefde te worden voldaan aan de uitvoeringseisen. Als een leverancier aangeeft aan de uitvoeringseisen te zullen voldoen, dan moet de aanbestedende dienst in beginsel uitgaan van de juistheid van deze bewering. Pas wanneer sprake is van voldoende zwaarwegende redenen op grond waarvan naar objectieve maatstaven blijkt dat niet aan de eisen zal worden voldaan, dient de aanbestedende dienst nader onderzoek te doen.

Volgens de rechter waren er in dit geval geen concrete aanwijzingen dat Partij X niet aan de uitvoeringseisen zou kunnen voldoen omdat de in te zetten laadpaal te groot zou zijn. Bij deze redenering stond de volgende overweging centraal. De in te zetten laadpaal zou in beginsel niet voldoen aan de eisen en dus te groot zijn. Na modificatie voldeed de laadpaal echter wel aan de gestelde eisen. De gemeente had op grond van deze omstandigheden dan ook geen verplichting tot het instellen van nader onderzoek.

Ongeoorloofde wijziging van de inschrijving?

Voorts stelde Partij Y dat Partij X inschreef met een laadpaal van een bepaald type en dat Partij X later heeft aangegeven een ander type te willen inzetten. Dit leidde volgens de rechter niet tot een niet toegestane wijziging van de inschrijving, waarbij de volgende passage cruciaal is:

“Daarmee ziet [Partij Y] over het hoofd dat dit geen aanbesteding is die gericht is op de levering van snelladers, maar een concessieovereenkomst waarbij op de concessiehouder de verplichting rust om snelladers aan te bieden op de betreffende locatie volgens de eisen van de Gemeente. Bovendien blijkt uit de aanbestedingsstukken niet dat met een bepaald type snellader moest worden ingeschreven. De inschrijvers hoefden juist niet te vermelden welke apparatuur ze zouden gebruiken.”

Het stond Partij X derhalve vrij om het type snellader te wijzigen.

Conclusie

Het onderscheid tussen eisen waar bij inschrijving aan dient te worden voldaan en eisen waar bij uitvoering aan dient te worden voldaan, wordt door deze uitspraak zeer helder geïllustreerd. Voor aanbestedende diensten is van belang om goed in de gaten te houden in welk stadium van de aanbesteding of uitvoering aan welke eisen moet worden voldaan. Daarnaast is het “onderwerp” van de aanbesteding van cruciaal belang om te bepalen of en in welke gevallen aspecten uit de inschrijving kunnen worden aangepast.

Bron: Tender People Laadpalen 605x302
Tender People

Tender People

Supporter van Aanbestedingsmakelaar

Yvonne

Yvonne van den Heuvel-Loerakker