142x bekeken

Halverwege dit jaar heeft de gemeente Amsterdam een nieuwe leidraad Social return gepubliceerd. De leidraad heeft een andere naam: Leidraad Sociaal Opdrachtgeverschap. Hieronder 5 belangrijkste vragen die dit jaar werden gesteld over de nieuwe leidraad en de 5% ambitie van het college.

1. Wat is nieuw aan de leidraad ten opzichte van de oude?

Wat is nieuw aan de leidraad ten opzichte van de oude versie uit 2016. Om te beginnen de titel natuurlijk. In plaats van social return hebben we het over 'sociaal opdrachtgeverschap'. Met de nieuwe titel willen we uitdragen dat social return (MVI in het algemeen) niet allen iets van inkopers of een afdeling inkoop is, maar van alle ambtenaren die namens de gemeente geld uitgeven (opdrachtgevers). Een ander 'mindset' dus, waarbij sociaal inkopen en social return uitdrukkelijk in het bredere perspectief van maatschappelijk verantwoord inkopen wordt geplaatst. Dit is vastgelegd in het visiedocument Inkopen met Invloed. Nieuw is ook dat we in de leidraad het stedelijk proces van samenwerking met opdrachtgevers, opdrachtnemers en uitvoerende partners door middel van een ‘metrolijn’ in beeld hebben gebracht.

No alt text provided for this image

Belangrijkste inhoudelijke wijziging is dat het college bij vaststellen van de nieuwe leidraad op voorhand een ambitie heeft uitspraken ten aanzien van het beoogde resultaat: 5% sociale winst.

Minimaal 5% sociale winst bij aanbestedingen. Dat is de ambitie van de gemeente Amsterdam. Slim uitvragen is daarbij het motto. Dat betekent dat de gemeente al in de voorbereidingsfase bedenkt welke vorm van sociale impact past bij een aanbesteding. Doorgaans wordt 5% toegepast, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Daarbij geldt het principe van comply or explain: pas het toe of leg het uit. Als er meer mogelijk is, dan wordt het hoger.

2. Wat is niet veranderd?

Wat niet is veranderd is dat iedere aanbesteding uniek is en dat we een brede pallet aan mogelijkheden tot invulling van social return is. De 5% ambitie van het college betekent een ambitie ten aanzien van het beoogde resultaat, niet een beperking ten aanzien van de techniek van aanbesteding, de mogelijkheden tot invulling of afwijking van de bestaande juridische kaders. Ten aanzien van de invulling staan werk, toeleiding en stages voorop, maar ook andere vormen van sociale of maatschappelijke impact behoren tot de mogelijkheden. De 5% ambitie betekent niet dat we geen maatwerk meer kunnen leveren. Maatwerk op het niveau van de aanbestedingstechniek, opdrachtnemers en mogelijkheden tot invulling door opdrachtnemers (bijvoorbeeld door middel van een Social Return Convenant). Social return 2.0 noemen we dat in Amsterdam sinds jaar en dag.

Sociaal inkopen en social return zijn manieren om economische activiteiten te verbinden aan sociale doelstellingen die we als gemeente nastreven. Het gaat om doelen op het gebied van werk, participatie, inkomen, armoedebestrijding, zorg, gezondheid, onderwijs, inclusie en diversiteit.

3. Wat betekent Slim Uitvragen?

Met 'slim uitvragen' wordt bedoeld dat we bij aanbesteding goed nadenken op welke wijze we social return in brede zin uitvragen (wat hebben we voor ogen, welke sociale voorwaarden we stellen en welke techniek kunnen we daarbij hanteren?). Slim uitvragen impliceert dus dat er niet per definitie een uitvoerinsgvoorwaarde (contracteis) van 5% wordt gehanteerd. Er zijn daarnaast ook andere mogelijkheden. Welke? Hieronder een overzicht van de mogelijkheden van 'sociaal aanbesteden'.

3.1 Sociale voorwaarden bij aanbesteding

Social return als bijzondere uitvoeringsvoorwaarde

De meest bekende vorm van het creëren van sociale impact is: social return opnemen in de aanbesteding als bijzondere uitvoeringsvoorwaarde. Bij social return wordt de opdrachtnemer verplicht tot een sociale tegenprestatie. Dit komt na de gunning als eis in het contract. Om welk percentage gaat het?

De gevraagde inzet van een opdrachtnemer drukken we uit in een percentage van de totale opdrachtwaarde. De sociale inzet van de opdrachtnemer dient ten minste deze waarde te vertegen woordigen. Het percentage social return is doorgaans ten minste 5%, maar kan variëren tussen de 1 en 25%, afhankelijk van de kansen die er zijn in de betreffende markt. Zijn er veel kansen, dan geldt een hoog percentage. Zijn er weinig kansen, dan is het percentage laag. In uitzonderlijke gevallen kan er ook worden afgezien van het toepassen van social return.

Social return als gunningscriteria

Social return of sociale impact kan bij een aanbesteding ook als wens opgenomen worden in de vorm van een gunningscriterium. In dat geval kan een inschrijvende partij punten scoren door bij de inschrijving te laten weten welke sociale impact hij wil realiseren. Gunningscriteria kunnen worden toegepast in combinatie met een contracteis of los daarvan. Dit is vooral bruikbaar als het marktsegment zich hiervoor leent en er veel potentieel is voor sociale impact. De kans op onrealistische sociale ambities is groter als een markt relatief onbekend is met social return of met het sociaal domein.

Social return als inspanningsverplichting

Social return wordt soms ook als inspanningsverplichting opgenomen. Dit gebeurt vooral bij opdrachten waarvan het verwachte sociale rende ment beperkt is. Bijvoorbeeld als er praktisch geen concurrerende markt is. Of bij specifieke opdrachten waarbij de inschrijvers zelf al een maatschappelijke taak uitvoeren. Bijvoorbeeld organisaties waar vooral vrijwilligers actief zijn. Het extra sociaal rendement kan dan lastig concreet gemaakt worden. Wel kan het opnemen van een inspannings verplichting leiden tot het juiste gesprek over wat een opdrachtnemer nog meer zou kunnen doen voor de stad, naast de opdracht zelf.

3.2 Alleenrecht Pantar

De gemeente Amsterdam heeft alleenrecht verleend aan de stichting Pantar Amsterdam. Pantar is het grootste sociaal leer- en werkbedrijf in de regio Amsterdam en Diemen. Aan ruim 3.000 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt biedt Pantar werk, begeleiding en veel aandacht voor hun ontwikkeling. Het alleenrecht houdt in dat Pantar een uitsluitend recht heeft om voor de gemeente bepaalde opdrachten uit te voeren. Ook opdrachten aan de Werkbrigade Amsterdam vallen onder het bereik van het alleenrecht van Pantar.

3.3 Aanbestedingen voor- behouden aan sociale ondernemingen

De gemeente heeft de juridische mogelijkheid (artikel 2.82 uit de herziene Aanbestedingswet) een voorbehoud te maken van opdrachten aan andere sociale ondernemingen. Een sociale onderneming heeft ten minste 30% kansarme werknemers of werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst. Er momenteel twee manieren om te achterhalen of een bedrijf een sociale onderneming is: via de Prestatieladder Sociaal Ondernemen (PSO 30+) en via de Code Sociaal Ondernemen. Ze hebben allebei tot doel om de arbeidsparticipatie van kwetsbare groepen te verbeteren. Het PSO 30+certificaat erkent organisaties die aan de kwantitatieve eisen van artikel 2.82 van de Aanbestedingswet voldoen.

3.4 Een-op-een gunnen

Onderhands aanbesteden

Bij aanbestedingen onder de Europese aanbestedingsdrempel kunnen alle dus ook sociale ondernemingen worden uitgenodigd om een offerte uit te brengen. Dit kan volgens de reguliere procedure bij enkelvoudig en meervoudig onderhands aanbesteden.

De percelenregeling

Soms is er behoefte om een specifieke partij te contracteren voor een bepaald deel van een opdracht. Dit wordt in artikel 2.18 van de Aanbestedingswet geregeld door de percelenregeling. Door het opdelen van de opdracht kunnen er meer deelopdrachten verstrekt worden die beter passen bij de schaal van kleinere én sociale partijen. Dit houdt over het algemeen wel in dat na gunning het contractmanagement meer inzet en capaciteit vergt. Wanneer een opdracht met een totale waarde hoger dan de Europese aan bestedingsdrempel wordt gesplitst in percelen, kunnen in sommige gevallen één of meerdere percelen worden uit gezonderd en direct aan een specifieke partij worden gegund, bijvoorbeeld een sociale onderneming. Dit kan tot maximaal 20% van de totale waarde van een project met een maximum van € 80.000 per perceel (art. 2.18 van de Aanbestedingswet).

3.5. De SAS-procedure

SAS staat voor: sociale en andere specifieke diensten. Dit is een specifieke aanbestedingsprocedure waarbij het mogelijk is om enkele onderdelen voor te behouden aan sociale partijen. Het inrichten van een SAS procedure vraagt veel uitwerking. Dit kan leiden tot een onrechtmatige inkoop. Ook moet hierbij rekening gehouden worden dat er vol doende sociale partijen zijn die succes vol kunnen inschrijven. Meer informatie: richtlijn 2014/24/EU, bijlage XIV.

No alt text provided for this image

4. Wordt er altijd een social return -eis van 5% gesteld?

De 5% ambitie van het college impliceert dat 5% social return (of meer!) - daar waar dat mogelijk is. Daar waar dat mogelijk is impliceert dat het geen automatische is. Immers aanbestedingen kennen een juridische context: de Aanbestedingswet. In de Aanbestedingswet is proportionaliteitsbeginsel opgenomen: de keuzes die een aanbestedende dienst maakt en de eisen en voorwaarden die zij stelt bij de aanbesteding, dienen in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van de aan te besteden opdracht. De advisering hierover is een van de taken van de (senior) adviseurs van Bureau Social Return Amsterdam. Het 'handelingskader' van de adviseurs voor het afwijken van de 5%-regel wordt gevormd door juridische richtlijnen, aangevuld met gezichtspunten vanuit de eigen adviespraktijk, waarbij allereerst moet worden vastgesteld of een opdracht überhaupt voor Social Return in aanmerking komt. Om te bepalen of 5% proportioneel is, zijn vervolgens vier aspecten juridisch doorslaggevend: de berekeningsgrondslag, de hoogte van het percentage, de kapitaalintensiviteit of arbeidsextensiviteit van de opdracht en het aandeel specialistische werkzaamheden. In de praktijk blijken deze richtlijnen niet altijd voldoende en spelen ook andere overwegingen een rol. Drie andere aspecten woerden dan vaak (niet limitatief) genoemd, namelijk: de stapeling van inkoopdoelen (oa MVI), de grootte van potentiële inschrijvers en het risico op minder/geen inschrijvingen. Dat kan ertoe leiden dat beter een alternatieve SROI-bepaling kan worden opgenomen, ter vervanging van de 5%-regel.

Iedere aanbesteding is uniek! Er is geen algemene beleidsregel of vaste format voor de toepassing van social return.

5. Waar kan ik terecht met andere vragen of advies?

Opdrachtgevers en opdrachtnemers van de gemeente Amsterdam, partners en andere stakeholders kunnen met al hun vragen over de nieuwe leidraad, sociaal inkopen of de invulling van social return terecht bij Bureau Social Return Amsterdam. Bureau Social Return is een onderdeel van de gemeente Amsterdam. Het bureau werktvoor de publieke zaak en brengt OPDRACHTNEMERS dus nooit een tarief of geld in rekening voor haar advisering of dienstverlening. We plaatsten of begeleiden zelf ook geen kandidaten.

Advies en dienstverlening van Bureau Social Return Amsterdam zijn GRATIS!

Meer weten over onze dienstverlening van Bureau Social Return? Weten wie onze publieke partners zijn, met wie wij verder samenwerken of wiens dienstverlening of producten een erkende invulling van social return in Amsterdam zijn? Neem dan contact met ons op via social.return@amsterdam.nl. Wij helpen u graag verder.

Social
Gioncarlo

Giancarlo Carboni

Manager Bureau Social Return Amsterdam