779x bekeken

Ik ben groter en beter: kom naar mij.

Er is iets vreemds gaande. Enkele voetbalclubs in mijn stad lokken jonge voetballertjes van andere clubs. Met een gratis leren voetbal bij inschrijving, voetbalclinics en sportkampen in de zomer proberen ze hen weg te halen bij kleinere clubs rond de stad. Kom bij ons voetballen, wij zijn de gezelligste! Kom bij ons voetballen, hier leer je het meest. Kom bij ons, wij hebben goede contacten met de eredivisieclub hier in de stad…

…clubs die al drie teams in een leeftijdsgroep hebben, willen er nog een vierde of vijfde team bij. Dit, ten koste van clubs die soms net genoeg spelers hebben voor één team in die competitie.

Als je bij deze clubs komt, dan verschraalt de rest, dat dan weer wel

Gezamenlijk hebben deze clubs iets leuks te bieden: elke zaterdag een wedstrijd tegen een team in de regio. Gezonde rivaliteit, die groepsgevoel stimuleert en maakt dat het team beter wil worden. Aantrekkingskracht op jongens en meiden die nog niet voetballen, maar van vriendjes en vriendinnetjes horen hoe leuk voetbal is, en dat dan dicht bij huis kunnen gaan proberen. Een paar grote verenigingen hebben veel minder aantrekkingskracht.

Wie in een vijfde team speelt in een grote club, moet vaak maar hopen dat er een trainer is. En als je steeds de halve provincie door moet voor een wedstrijd, wordt het ook lastig om ouders te vinden om te rijden. Er ontstaat een verschraling, die de sport als geheel geen goed doet. De sportclubs doen er beter aan om hun werving op elkaar af te stemmen in plaats van geld te steken in clinics, kampen en ballen.

Hetzelfde zie ik in ons aanbestedingslandschap

Of het nu gaat om aannemers, om adviesbureaus of accountants. Aanbestedende overheden stemmen hun aanbestedingsactiviteiten nauwelijks op elkaar af. Door grote, langdurige opdrachten in de markt te zetten, hopen ze het aantrekkelijkst te zijn voor de grote leveranciers. De druk om snel te publiceren, met zo lang mogelijke contracten, loopt op. Vinden we dat verstandig? Kunnen we niet beter investeren in onze leveranciers, onze activiteiten op elkaar afstemmen, en zorgen dat we gezamenlijk een aantrekkelijke sector blijven om voor te werken?

Ik ben benieuwd hoe jij dit ziet.

Mieke

Reactie van vaste tegenlezer Richard Lennartz

Cliffhanger: onderzoek naar aantrekkelijkheid van aanbesteding

Toevallig – of misschien ook niet helemaal toevallig – onderzocht emeritus hoogleraar Jan Telgen onlangs de aantrekkelijkheid van aanbestedingen. Net als enkele andere grote publieke organisaties leverden wij vanuit de RIS hier een bijdrage aan. De reden voor dit onderzoek is het aantal teruglopende aanbiedingen bij veel aanbestedende diensten, soms zelfs tot nul of één. Wat maakt het voor leveranciers aantrekkelijk om in te schrijven? Omdat ik het ongepast vind om op de publicatie van Jan vooruit te lopen, hou ik het hier bij de cliffhanger … het onderzoek geeft conclusies waar je als aanbestedende dienst individueel je voordeel mee kunt doen.

In tegenstelling tot de voetbalteams wél gericht op de lange termijn…

De voetbalteams die jij schetst geven extra geld uit om heel even aantrekkelijk te zijn. Vertalen we als aanbestedende diensten de conclusies uit het genoemde onderzoek van Jan Telgen naar ons werk? Dan investeren we een klein beetje, om langdurig aantrekkelijk te zijn.

Wat ik verder kan verklappen: leveranciers gaan er óók blij mee zijn. Niet alleen voor heel even, nee: blijvend. Met de opvolging van de adviezen krijgen onze opdrachtgevers ook nog eens betere aanbiedingen. Lees dus zeker de aanstaande publicatie.

Daarmee regelen we de onderlinge afstemming nog niet

Of we daaraan moeten beginnen, betwijfel ik. Voor allerlei infra- en bouwprojecten kan ik me voorstellen dat het wel verstandig is. Ook dat de coördinatiekosten om dat allemaal te organiseren, opwegen wat het oplevert. Voor allerlei diensten zoals de door jou genoemde adviesdiensten en accountancy, zijn er volgens mij oplossingen die zorgen voor `zelfcoördinatie’.

`Zelfcoördinatie’: het reguleert zich vanzelf. Dat kan denk ik op eenvoudige wijze

Bijvoorbeeld: laat het los om proberen aantrekkelijk te zijn door langdurige grote opdrachten te willen geven. Laten we overgaan op korter lopende opdrachten, die we ook nog eens verdelen over meer percelen. Als we dat doen, leidt dat volgens mij ook tot een besparing bij rechtbanken en minder geld aan advocaten. Daarnaast kunnen we ons als aanbestedende diensten richten op de volgende aanbestedingen in plaats van op dat rechtszaakgeneuzel. De belangen zijn dan aanmerkelijk kleiner. `Een perceeltje voor enige tijd niet winnen’ versus `meerjarig grote opdrachten niet krijgen’: de afweging om al dan niet naar de rechter te stappen verschilt behoorlijk. Door de complexiteit van de grote opdrachten is ook nog eens een kans op onrechtmatige contractverlengingen. Zit je er niet bij? Dan ben je een stuk markt niet voor 4 jaar kwijt, maar wellicht voor 5 of 6 jaar.

Verleng de inschrijftermijnen standaard met enkele weken. Dit in combinatie met de andere aanbevelingen van Jan Telgen (cliffhanger, sorry!) hebben leveranciers de gelegenheid hun aanbiedingswerk beter te spreiden.

Richard is onderdeel van het ecosysteem (semi-)publieke bedrijfsvoering; o.a. als directeur Rijksinkoopsamenwerking

Bron Competitie
Duoblog His

Richard Lennartz & Mieke Hoezen

Duoblog

  • Richard is onderdeel van het ecosysteem (semi-)publieke bedrijfsvoering; o.a. als directeur Rijksinkoopsamenwerking
  • Mieke is onderdeel van het ecosysteem (semi)publieke inkoop. Onder andere vanuit haar rol als Product Owner Sourcing bij netwerkbeheerder Alliander.