126x bekeken

In De Volkskrant een artikelen: Waarom juist in de publieke sector het personeelstekort maar oploopt!

Ruim drie miljoen Nederlanders zijn werkzaam in de publieke sector, maar desondanks neemt het aantal openstaande vacatures alleen maar toe. Waarom blijft het personeelstekort bij de overheid zo aanhoudend? En wat zijn mogelijke oplossingen?

De personeelstekorten in de publieke sector dreigen het land tot stilstand te brengen. Terwijl de krapte op de arbeidsmarkt in het bedrijfsleven in het afgelopen anderhalf jaar licht is afgenomen, blijft deze bij de overheid onverminderd groot. Nooit eerder werkten zoveel mensen in sectoren die door belastinggeld worden gefinancierd, namelijk ruim 3 miljoen, maar desondanks is er nog altijd een (grote) behoefte aan meer personeel. Het aantal openstaande vacatures bij de overheid blijft alleen maar stijgen.

Wat maakt de personeelstekorten juist in de publieke sector zo hardnekkig? En bestaan er oplossingen voor dit vraagstuk? Een aantal redenen zoals is op te maken uit het artikel

  • De personeelstekorten bij de overheid zijn het gevolg van de toegenomen vraag naar arbeid en een afgenomen aanbod.
  • Door de energietransitie, digitalisering en ambities op het gebied van woningbouw en defensie zijn er veel banen bij gekomen.
  • Die banen komen boven op de al groeiende arbeidsvraag door de aangetrokken economie: na forse bezuinigingen tijdens de kredietcrisis wordt sinds 2016 meer geld vrijgemaakt.
  • Ook de steeds ouder wordende bevolking, de vergrijzing, leidt ertoe dat er meer vraag is naar overheidsdiensten in met name de zorg.
  • De vergrijzing heeft nog een ander groot gevolg: er gaan steeds meer mensen met pensioen waardoor het aantal werkenden afneemt.
  • De mensen die voor de overheid werken, verzetten bovendien minder werk. Door toegenomen administratie, minder automatisering en jojobeleid zijn zij minder productief.
  • De personeelstekorten vergroten de werkdruk. Daardoor worden werknemers ziek of vertrekken.
  • En daardoor neemt de werkdruk voor de overblijvers toe – met meer uitval en vertrek tot gevolg.